Lean afstudeeratelier Avans Hogeschool

DOEL
Deze notitie is bedoeld als complementair aan het Werkplan Lectoraat Innovatie Bouwproces en Techniek / Academie Bouw & Infra / Avans Hogeschool, en heeft als doel de opzet van het experiment Afstudeerateliers zo te structureren dat een optimale kennisresultaat en kenniscirculatie kan plaatsvinden voor en tussen: onderwijs, onderzoek en ondernemen. De notitie is samengesteld met medewerking van Emil Talen als Afstudeercoördinator en in samenwerking met de Kenniskring van het Lectoraat.

DEFINITIES
In het kort stil staand bij wat bedoeld wordt met kennisresultaat en kenniscirculatie. Met kennisresultaat wordt hier bedoeld de verschillende randvoorwaarden, verwachtingen en eisen met betrekking tot het eindproduct qua kennis voor de verschillende kennis-vragers, te weten onderwijs, onderzoek en ondernemen. Het onderwijs van Avans heeft eisen / doelen aan de ‘output’ van het afstuderen voor de studenten, Avans heeft bepaalde eisen / doelen voor het onderzoek als resultaat van het afstuderen op praktijkgericht onderzoek en de onderneming(en) hebben bepaalde eisen / doelen voor de output van het onderzoek in relatie tot hun onderneming(en). Met kenniscirculatie wordt bedoeld het streven van het lectoraat Innovatie Bouwproces & Techniek en van Avans AB&I als onderdeel van het EDI (Expertisecentrum Duurzame Innovatie), om kennis die wordt opgedaan uit een van de drie kennis-dragers te gebruiken en in te zetten voor alle kennis-dragers / vragers om zo de kennis optimaal te kunnen verspreiden, borgen en verder te ontwikkelen. Kennis zelf zou hier gedefinieerd kunnen worden als kennis binnen het domein van de kwaliteit van de leefomgeving in de tijd, praktisch toegepast kan worden. Deze kennis is per definitie opgebouwd uit kennis van meerdere disciplines. Kennis-verwerving / onderzoek zou dus optimaal, per definitie Multi-disciplinair (binnen AB&I) moeten plaatsvinden en op termijn Inter-disciplinair (tussen Academies, tussen MBO, HBO, WO).

OPDRACHT:
Gezien het voorgaande kunnen we spreken van 3 type opdrachten voor het Afstudeeratelier die duidelijk met elkaar in verband moeten staan.

1. Onderneming. Aan de hand van actuele onderwerpen uit de praktijk worden samen met de Ondernemingen / MKB / Organisaties zowel generieke als specifieke onderzoeksvragen ontwikkeld en beantwoord i.s.m. elkaar en met studenten en docenten van de Academie. De kennisontwikkeling vindt hierbij plaats zowel tussen ondernemingen, en evt. aangesloten brancheverenigingen of andere in het netwerk, in samenhang met studenten en docenten van de aangesloten academie(s)

2. Onderwijs. Voor Avans is het van belang dat de afstudeerders voldoen aan de eisen van de eindexamencommissie, het niveau van afstuderen en het afzonderlijk / individueel kunnen beoordelen van de studenten in de Afstudeerateliers. Voor de studenten is het van belang een interessant afstudeeronderwerp te hebben en daaraan gerelateerd een kwalitatief goede onderneming en eindresultaat voor hun eigen toekomst. Resultaten uit de ateliers, generiek en/of specifiek voor zover mogelijk kunnen dienen als basis voor gebruik in het onderwijs (docenten, studenten).

3. Onderzoek. Bij de opzet en de resultaten van het onderzoek spelen naast het voorgaande de volgende aspecten een belangrijke rol. In optima forma zouden de resultaten van de verschillende Afstudeerateliers zodanig van opzet en resultaat moeten zijn dat ze als basis zouden kunnen dienen voor generiek gebruik binnen het onderwijs zowel als voor de onderneming(en). Dit om een optimale kenniscirculatie te kunnen waarborgen. In stappen kunnen kennis-lancunes die zichtbaar worden onderdeel gaan uitmaken van de onderzoeksagenda, waar in stappen in de ateliers aan gewerkt kan worden. Dit kan als zelfstandig middel via de Afstudeerateliers of als onderdeel van een programma (bijvoorbeeld SPARK, Theater der Techniek of Platform 31) of onderzoeksprojecten (bijvoorbeeld RAAK). Voor de docenten en studenten is het bovendien onderdeel van de professionalisering m.b.t. de onderzoekende houding, onderzoeksvaardigheden en onderzoekskennis (methoden).
In het algemeen is de opdracht om gelijktijdig kennis te ontwikkelen op de drie thema’s met en voor de betreffende actoren; ondernemer, docent en student. Deze kennisontwikkeling vindt plaats met en door deze actoren. Hiermee ontwikkeld het Afstudeeratelier ook doelbewust relaties m.b.t. de drie thema’s.

ROUTE
In onderstaand figuur is weergegeven de opdracht van de lector hierin is het ontwerp te maken voor het ontwikkelen, realiseren en beheren van de missie van het lectoraat en dit ontwerp de komende 4 jaren uit te voeren met de verschillende actoren.

Lectoraat-missie-1

Figuur 1. Missie Lectoraat, Kennisontwikkeling en Actoren Het eerste figuur laat de eerste stap in dit ontwerp zien.
Centraal staat hierin de inhoudelijke aspecten van de missie:
– het opleiden van professionals in het onderwijs, wat moet leiden tot kennisvermeerdering en m.b.v. praktijkgericht onderzoek om dit te ontwikkelen. Daarom heen zijn een aantal zaken van belang over hoe en met wie deze missie moet worden ontwikkeld, gerealiseerd en beheerd:
– kennisvermeerdering d.m.v. praktijkgericht onderzoek; het organiseren van kennisontwikkeling tussen ondernemen (praktijk), onderzoek en onderwijs
– zowel met de actoren binnen de eigen organisatie / academie (interne route) als met de actoren buiten de organisatie / academie (externe route)
– steeds in interactie te ontwikkelen met / door; studenten, docenten en ondernemers (externe actoren)

Lectoraat-missie-2

Figuur 2. Missie Lectoraat, Thema’s kennisontwikkeling, Actoren
De tweede figuur legt de focus op waarom en waarop de kennisvermeerdering moet plaatsvinden;
– waarom: het ontwikkelen, realiseren en beheren van een hoge kwaliteit van de leefomgeving in de tijd
– waarop: de drie ontwikkelthema’s hierbij zijn GREEN, LEAN en BIM

De eigen rol van de lector in relatie tot zijn opdracht is die van regisseur, initiator en coach op proces, methodes, relaties en inhoud. De rol van de Kenniskringleden in relatie tot de Afstudeerateliers is die van coaching op inhoud en proces richting docenten en relaties hierbij. Tevens zijn zij directe projectleiders op het pro-actief sturen en bewaken van de kwaliteit van het onderzoek en de toegepaste methoden in de Ateliers.

LAY-OUT AFSTUDEERATELIERS
Voor de Afstudeeratelier is de volgende lay-out ontwikkeld. Deze lay-out geeft in hoofdlijnen weer hoe, aansluitend op het Voorbereiden Afstuderen (VBA) het Afstudeeratelier in 2 delen wordt georganiseerd; een deel algemeen; met de algemene onderzoeksvragen als leidend en het tweede deel waarin de specifieke individuele deelonderzoeksvragen worden onderzocht en opgeleverd. Voor ieder Afstudeeratelier vindt vervolgens een evaluatie plaats. In het Draaiboek zijn hiervoor de onderwerpen benoemd.

schema afstudeerateliers 2013-200913-et

Figuur 3. Lay-out Afstudeerateliers

ORGANISATIE AFSTUDEERATELIERS
In hoofdlijnen geeft onderstaand schema de organisatie weer van de Afstudeerateliers. De directe coördinatie van het totale traject ligt hier bij de Afstudeercoördinator (Emil Talen) en coördinator communicatie (Marleen Muskens). Op proces en inhoud zijn verantwoordelijk de Lector (Emile Quanjel) en de coördinator vanuit het Lectoraat (Tom Kretschmann). De Lector stemt direct af met de Afstudeercoördinator en communicatie. Per ontwikkelthema (GREEN, LEAN en BIM) bestaat het team uit een teamleider, een Kenniskringlid en begeleidende docenten.

organogram afstudeerateliers 2013-200913-et

Figuur 4. Organogram Afstudeerateliers

PLANNING AFSTUDEERATELIERS
In de uitvoering van het Afstudeeratelier is het van belang gebleken een regelmatige structuur te organiseren waarbij de verschillende actoren zaken voorbereiden, uitwisselen /ontwikkelen en evalueren. Deze activiteiten vinden plaats met alle actoren (ondernemers, docenten en studenten) en opgesplitst in specifieke bijeenkomsten met een aantal actoren (docenten, studenten). Door deze bijeenkomsten vooraf te plannen geeft dit structuur aan de inhoudelijke stappen die genomen moeten worden om tot een succesvol eindresultaat te komen, doch ook om in de relaties tussen de actoren genoeg ontwikkeling te laten plaatsvinden en succesvol te kunnen zijn.
Het onderstaand overzicht geeft een planning van het gehele traject weer in de tijd. In de blauwe cirkels zijn de officiële momenten weergegeven waarbij de studenten iets moeten inleveren / opleveren. In de tweede rij zijn opgenomen de vier bijeenkomsten waarbij ook de Ondernemingen betrokken zijn i.s.m. studenten, docententeams en Lectoraat. De studenten in een Afstudeeratelier komen wekelijks bij elkaar; deze cyclus is weergegeven in de derde rij. Studenten en docenten komen twee-wekelijks bij elkaar, waarbij er n voorbereidingsbijeenkomst is met docententeams. In een vier-wekelijkse cyclus komen de docententeams en het Lectoraat samen ter evaluatie en voorbereiding; dit is weergegeven in de laatste rij.

planning afstudeerateliers 2013-200913-et

Figuur 5. Planning Afstudeerateliers 6

DRAAIBOEK AFSTUDEERATELIERS
Het Draaiboek is een opzet ontwikkeld vanuit het Werkplan Lectoraat voor het op een gestructureerde wijze ontwikkelen, realiseren, evalueren en beheren van een aantal zgn. Strategische Acties in relatie tot de gedefinieerde onderzoeksthema’s GREEN, LEAN en BIM. Strategische Acties verbinden kwaliteit en kennis vanuit Onderzoek en Onderwijs. Een Draaiboek is een algemeen format dat ontwikkeld wordt voor alle Strategische Acties en in zijn uitwerking specifiek zal zijn. Het Afstudeeratelier is een van de Strategische Acties.

Aspecten van het Draaiboek
Het maken en onderhouden van een Draaiboek heeft een tweeledig doel: Ten eerste om de verschillende ‘actoren (organisatie, docenten, studenten, werkveld etc.) over een specifiek onderdeel van een Strategische Actie van het Lectoraat Lectoraat (Afstudeeratelier, Duurzame Minorweek, Stage-periode, Werkplaatsen etc.). Ten tweede om op een gestructureerde wijze de kwaliteit en kennis van de Strategische Actie te ontwikkelen, realiseren, evalueren en beheren. Afhankelijk van de actor zal de inhoud van een Draaiboek gebruikt worden.

Het ontwikkelen, realiseren, evalueren en onderhouden van de onderwerpen heeft direct te maken met het feit dat de Strategische Acties geen statische en al geheel uitontwikkelde delen van het curriculum zijn. In feite is een Draaiboek als een ontwerp van een Strategische Acties en heeft daarmee ook dezelfde kenmerken. Een Draaiboek als ontwerp moet ontwikkeld worden, gerealiseerd worden, vervolgens geëvalueerd om van daaruit onderhouden te worden. Door de evaluatie zal het onderhoud kunnen betekenen dat het ‘ontwerp’ vervolgens wordt aangepast / verbeterd.

Door een Draaiboek op deze wijze in te richten en te gebruiken wordt het Draaiboek ook een manier om als organisatie te leren van datgene wat we ontwikkelen en daarop te verbeteren. En dit op een zodanige wijze dat we dit met de andere ‘actoren’ kunnen delen. En op een zodanige wijze dat een Draaiboek gebruikt kan worden voor de borging van datgene wat we geleerd hebben. Daarmee is het ook een middel om de kwaliteit van de Strategische Actie te borgen.

Datgene wat we leren van de Strategische Actie heeft te maken met organisatorische aspecten (opzet, mensen, middelen, methodes, planning en kosten) en inhoudelijk aspecten (onderzoeksopzet, begeleidingsmethodes, onderzoeksmethodes, beoordelingsmethodes, onderzoeksresultaten algemeen, onderzoeksresultaten specifiek)

Samenvattend heeft een Draaiboek de volgende functies:
– het informeren van de verschillende actoren over het ontwikkelen, realiseren, evalueren en onderhouden van een Strategische Actie (organisatorisch)
– het informeren van de verschillende actoren over de resultaten van de Strategische Actie (inhoudelijk)
– het beheren van kwaliteit (kwaliteitsmanagement) en kennis (kennismanagement) voor de verschillende onderwerpen en actoren

Deze functies zijn vervolgens te vertalen in de structuur van een Draaiboek
Structuur van het Draaiboek

Draaiboek-items

Vanuit een uitsplitsing naar functies geeft de structuur inzicht naar het Waarom, Wat, Hoe en Evaluatie

Bij de kolom Hoe kunnen meerdere oplossingen worden weergegeven. De Evaluatie geeft weer dat op alle onderdelen in principe een evaluatie plaatsvindt met verbeteringen voor de volgende ontwikkelingsstap.
Hoe de verschillende oplossingen uit de Hoe-kolom het meest geschikt geordend kunnen worden, evenals de ontwikkeling van de oplossingen zal onderdeel zijn van het ontwikkelingstraject van een Strategische Acties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *